|
Om tien over elf ging de laatste statafel de aanhanger in, en pas toen durfde ik op een bierkrat te gaan zitten. Achter me werden de zijwanden van de tent losgehaald. Het gras in Schollevaar was na een dag motregen veranderd in iets wat het midden hield tussen een sportveld en een rijstveld. Honderdtachtig buurtbewoners waren geweest, de band had gespeeld tot tien uur, de frituur had het volgehouden. Dat laatste was een paar weken eerder allerminst zeker. Een buurtfeest met een zakelijke opdrachtgeverIk werk als zelfstandig productieleider. Meestal regel ik bedrijfsfeesten en personeelsdagen voor organisaties in de regio Rotterdam, soms iets kleiners. Dit najaarsfeest werd betaald door een paar bedrijven en een bewonersvereniging samen, met een tent van twintig bij tien meter op een grasveld in de wijk, op loopafstand van station Capelle Schollevaar. Programma: kinderactiviteiten ’s middags, een buffet, een coverband en een frietkraam. In het eerste draaiboek stond bij stroom één regel: aggregaat huren. Dat had ik bij eerdere klussen ook zo gedaan, en het werkte altijd. Alleen waren dat kleinere opstellingen, meestal met een geluidsset en wat verlichting. Aggregaat of aansluitingToen ik alle apparaten op een rij zette, schrok ik. Een frituur met twee bakken, een koffiemachine voor groot gebruik, twee warmhoudbakken, de backline en het licht van de band, een kachel in de tent omdat het oktober is. Bij elkaar opgeteld veel meer dan het aggregaatje dat ik in gedachten had. Een groter exemplaar kon, maar maakt lawaai en staat dan in een woonwijk tot elf uur ’s avonds te draaien. De andere route was een tijdelijke aansluiting. Ik vroeg bij de gemeente na of er op dat veld een vast stroompunt was, en dat bleek niet zo te zijn. Een tijdelijke aansluiting via de netbeheerder aanvragen kon in theorie, maar met de doorlooptijd die ik te horen kreeg was dat voor dit feest niet meer haalbaar. Ik heb daarom een elektricien Capelle aan den IJssel gevraagd om mijn lijst door te nemen voordat ik iets zou bestellen. Hij kwam op een dinsdagmiddag naar het veld, liep het af met mijn tekening in de hand en stelde vooral praktische vragen. Waar staat de frietkraam precies, hoe ver is het van het aggregaat naar het podium, waar lopen de mensen. Zijn advies was een middelgroot, geluidsgedempt aggregaat aan de kant van de sloot, zo ver mogelijk van de huizen, met een verdeelkast in de tent en per onderdeel een eigen groep met aardlekbeveiliging. De frituur en de kachel kregen elk een aparte groep, zodat een piek bij de één de band niet stil zou zetten. Kabels, gras en regenHet punt waar ik zelf het minst aan had gedacht, waren de kabels. Ik had ze in mijn hoofd gewoon over het gras liggen. Hij wees erop dat op een feest met kinderen en een buffet mensen vooral over kabels gaan struikelen, en dat een kabel die in een plas ligt waar honderd mensen overheen lopen geen goed plan is. Alles wat over een looproute ging, kwam onder een kabelbrug. De rest liep langs de tentrand, opgehangen of afgeschermd. Op de dag zelf heeft hij de installatie ’s ochtends nog nagelopen voordat de cateraar zijn spullen aansloot. De regen hield de hele middag aan. Kinderen renden over de kabelbruggen alsof het speeltoestellen waren. Niemand viel, geen enkele groep sloeg eruit. Voor de volgende editie in Capelle staat de stroom bovenaan mijn draaiboek, niet onderaan, en schakel ik de elektricien Capelle aan den IJssel al in bij de eerste tekening. Wat me het meest bijbleef was iets kleins. Rond negen uur kwam een oudere bewoner naar me toe om te zeggen dat het feest hem goed beviel, maar dat hij vooral blij was dat hij thuis zijn eigen televisie nog kon horen. Hij woonde precies tegenover het veld. |
Een feesttent op een nat grasveld in Capelle, en waarom stroom bovenaan het draaiboek hoort
